Wettelijk verplicht is bijna niets
Dit is het antwoord waar bijna niemand mee begint: geen enkele zakelijke verzekering is wettelijk verplicht voor een zzp'er (ondernemersplein.overheid.nl, gecheckt september 2026). Je mag morgen een kapsalon of schoonheidssalon openen zonder een enkele polis. Twee dingen zijn wel voor iedereen verplicht, maar die hebben niets met ondernemen te maken: een basiszorgverzekering, en een WA-verzekering als je een auto of scooter hebt.
Toch krijg je binnen een week na je KVK-inschrijving telefoon van tussenpersonen die je vertellen dat je iets "moet" hebben. Dat woord klopt zelden. Wat wel klopt: er zijn een paar risico's waar een startende salon zelf niet voor kan opdraaien, en daar hoort een polis bij. Een verfschade aan een bruidskapsel, een brandwond bij een harsbehandeling, een lekkage die je hele inventaris sloopt, of drie maanden thuis met een rugblessure terwijl de huur doorloopt.
De vraag is dus niet welke verzekeringen verplicht zijn, maar welke schade jij zelf niet uit eigen zak kunt betalen. Deze gids loopt de polissen langs die voor een salon relevant zijn, in volgorde van hoe vaak ze echt nodig blijken, en ruimt onderweg twee hardnekkige mythes op die op zzp-sites blijven rondzwerven.
Aansprakelijkheid: twee polissen die vaak verward worden
Er bestaan twee soorten zakelijke aansprakelijkheid, en ze dekken echt iets anders.
De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, de AVB. Die dekt schade aan personen of spullen die jij of je bedrijf veroorzaakt. Een klant struikelt over je snoer en breekt een pols. Je stoot een fles om die de jas van een klant ruineert. Je laat een fohn vallen op de tegelvloer van je verhuurder. Dit is de polis die voor een salon het vaakst relevant is, simpelweg omdat er de hele dag mensen door je ruimte lopen.
De beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Die dekt vermogensschade door een beroepsfout of verkeerd advies, het klassieke voorbeeld is de adviseur of architect die zich verrekent. Voor een salon is dat zelden de polis die je nodig hebt, en daar zit een misverstand dat je geld kan kosten. Loopt je klant letsel op, een brandwond bij hars of een allergische reactie, dan is dat letselschade en valt het onder de AVB, niet onder beroepsaansprakelijkheid. Bron: Interpolis, uitleg over het verschil tussen bedrijfs- en beroepsaansprakelijkheid, opgehaald op 10 september 2026. Behandelrisico wordt door verzekeraars dan ook meestal als module bij de AVB aangeboden, en dat is precies de module waar je op moet letten.
Beide zijn sterk aanbevolen maar niet verplicht. KVK zegt het zo: een AVB is niet verplicht, en de meeste verzekeringen zijn dat niet, behalve je ziektekostenverzekering en een WA-verzekering als je een bedrijfsauto hebt. Bron: kvk.nl, opgehaald op 10 september 2026.
Wat kost het dan? Interpolis publiceert een rekenvoorbeeld dat dicht bij een salon ligt: voor een eigenaar van een nagelstudio met 100.000 euro jaaromzet en een medewerker komt de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering uit op ongeveer 20 euro per maand inclusief 21 procent assurantiebelasting, bij een dekking van 2,5 miljoen euro per aanspraak en 250 euro eigen risico. Bron: interpolis.nl, opgehaald op 10 september 2026. Dat is een indicatie van een verzekeraar en geen offerte, maar het geeft je de orde van grootte: dit is de goedkoopste polis op je lijst en tegelijk de polis die het vaakst wordt aangesproken.
Kijk bij het vergelijken niet naar de premie maar naar de uitsluitingen. Specifieke behandelingen worden geregeld uitgesloten, en dan heb je een polis die precies niet dekt waar jij je geld mee verdient.
Behandelrisico, hygiene en de behandelingen met extra regels
Voor een salon zit het echte risico in het contact met de huid. Twee dingen bepalen of je verzekeraar straks meebetaalt: of je de behandeling had opgegeven, en of je werkwijze aantoonbaar netjes was.
Voor schoonheidssalons gelden de hygienerichtlijnen van het RIVM. Die zijn op zichzelf geen verzekeringseis, maar ze zijn wel de norm waaraan je handelen wordt afgemeten als er iets misgaat. Een gedocumenteerde werkwijze, een intakeformulier en een allergietest waar dat hoort, zijn goedkoper dan welke polis ook.
Drie behandelingen vragen extra aandacht. Laserbehandelingen vallen onder de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wkkgz (ondernemersplein.overheid.nl, gecheckt september 2026), en daarmee onder zorgregels in plaats van gewone consumentenregels. Permanente make-up, tatoeages en piercings zijn vergunningplichtig: de vergunning is gebonden aan de locatie en niet aan de persoon, is 3 jaar geldig, en de GGD inspecteert je werkruimte (ondernemersplein.overheid.nl, gecheckt september 2026). En injectables horen bij een arts of een BIG-geregistreerde professional, niet in een gewone salon.
Meld deze behandelingen expliciet bij je verzekeraar. Een polis die is afgesloten voor knippen en fohnen dekt geen laser, en dat merk je op het slechtste moment.
Inventaris, goederen en het verschil tussen thuis en een pand
De tweede categorie gaat niet over mensen maar over spullen. Een inventaris- en goederenverzekering dekt je stoelen, wasunit, spiegels, apparatuur en voorraad tegen brand, water, storm en inbraak.
Werk je in een gehuurd bedrijfspand, dan is de verdeling meestal duidelijk: de eigenaar verzekert het gebouw, jij verzekert wat erin staat. Lees wel je huurcontract, want daar staat soms een verplichting in die de wet je niet oplegt. Een verhuurder mag prima eisen dat je een aansprakelijkheidsverzekering hebt, en dan is het contractueel verplicht, niet wettelijk.
Werk je vanuit huis, dan wordt het lastiger, en hier gaat het regelmatig mis. Een gewone inboedelpolis dekt zakelijke spullen vaak niet of maar tot een klein bedrag, en een schade die ontstaat tijdens een behandeling is helemaal geen particuliere schade. Meld je salon aan huis bij je verzekeraar, ook als het maar twee dagen per week is. Doe je dat niet, dan kan een claim afgewezen worden op een detail dat je zelf nooit belangrijk vond.
Concrete premies noem ik hier bewust niet. Ze verschillen te sterk per verzekeraar, dekking, verzekerde som en eigen risico, en elk bedrag dat je online als "gemiddelde premie" leest komt uit een verkooppagina. Vraag drie offertes op met exact dezelfde parameters en vergelijk dan pas.
Arbeidsongeschiktheid: de duurste keuze op je lijst
Dit is de post die starters het langst uitstellen en die het meest kan kosten. Als je een half jaar niet kunt werken, stopt je omzet en lopen je vaste lasten door. In een salon telt dat extra zwaar, want jouw handen zijn het product.
Er zijn drie routes, en ze sluiten elkaar niet uit.
Een private AOV. De volledige oplossing en ook de duurste. Wat je premie bepaalt is niet zozeer het verzekerde bedrag, maar de wachttijd die je kiest, de eindleeftijd en of je je eigen beroep verzekert of passende arbeid. Een lange wachttijd, van enkele maanden tot een jaar, drukt de premie omlaag, mits je die periode zelf kunt overbruggen.
Een broodfonds. Een groep ondernemers die elkaar bij ziekte een periode lang schenkingen doet. Het is betaalbaar en persoonlijk, maar de looptijd is beperkt, meestal maximaal twee jaar, en het dekt geen blijvende arbeidsongeschiktheid. Check de voorwaarden van de groep bij jou in de buurt voordat je het als vervanging van een AOV beschouwt.
Een eigen buffer. Voor korte uitval prima, voor langdurige uitval nooit genoeg. Reken uit hoeveel maanden vaste lasten je op je rekening hebt staan en je weet meteen hoe ver je komt.
En dan de wet. Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (36912) ligt sinds maart 2026 bij de Tweede Kamer en staat in september 2026 nog in commissiebehandeling; invoering wordt niet voor 2030 verwacht (tweedekamer.nl en de SRA-advieswijzer BAZ 2026, gecheckt september 2026). De premie in het voorstel ligt rond 5,4 procent van de winst, met een maximum van ongeveer 171 tot 177 euro per maand. Je leest online allerlei ingangsdata die elkaar tegenspreken; negeer ze en baseer je keuze op je eigen situatie, niet op een datum die nog niet vaststaat.
Pensioen, en twee mythes die maar blijven terugkomen
Twee claims duiken op vrijwel elke startersgids voor kappers op, en ze zijn allebei onjuist.
Mythe 1: je moet je als kapper aansluiten bij het HBA. Het Hoofdbedrijfschap Ambachten bestaat niet meer. Het is opgeheven per 1 januari 2015 met de Wet opheffing bedrijfslichamen, en de heffingen stopten al in 2014. Een pagina die dit nog beweert is minstens elf jaar niet bijgewerkt. Er is geen verplichte branche-aansluiting; ANKO en ANBOS zijn vrijwillige brancheorganisaties.
Mythe 2: zzp-kappers moeten verplicht deelnemen aan het pensioenfonds Kappersbedrijf. De verplichtstelling geldt zodra je personeel in dienst hebt (pensioenkappers.nl en kvk.nl, gecheckt september 2026). Een solo-zzp'er valt er niet automatisch onder. Kom je uit loondienst in de kappersbranche, dan kun je in veel gevallen maximaal 3 jaar vrijwillig doorgaan bij het fonds, mits je dat binnen 9 maanden na je uitdiensttreding aanvraagt; daarna regel je het zelf.
Zelf regelen betekent in de praktijk kiezen tussen een lijfrente, banksparen, beleggen of gewoon sparen, en dat is een gesprek met een adviseur en niet een polis die je in tien minuten afsluit. Neem het mee in je jaarcijfers, want de fiscale ruimte die je onbenut laat komt niet terug.
Rechtsbijstand en wat een brancheorganisatie erbij doet
De laatste categorie is de goedkoopste en wordt het vaakst vergeten. Een rechtsbijstandverzekering voor ondernemers dekt juridische hulp bij een huurgeschil, een conflict met een leverancier, een onbetaalde factuur of een arbeidszaak zodra je personeel hebt. Voor een salon met een huurcontract is dat geen luxe.
Lidmaatschap van een brancheorganisatie loopt hier deels doorheen. ANKO voor kappers en ANBOS voor schoonheidsspecialisten bieden hun leden juridisch advies, modelcontracten, informatie over regelgeving en collectieve regelingen, bijvoorbeeld voor muziekrechten. Dat is geen verzekering en het vervangt er ook geen, maar het scheelt vaak wel het eerste half uur bij een jurist. Vergelijk voordat je tekent wat er precies in het lidmaatschap zit, want de pakketten verschillen.
Zet tot slot alles wat je afsluit in een lijstje met polisnummer, verzekerde som, eigen risico en einddatum. Bij een schade wil je niet gaan zoeken.
Hoe pak je dit aan vanaf volgende week?
Drie stappen, in deze volgorde, en je bent er in een week uit.
Stap 1: schrijf je vijf grootste risico's op, in gewone taal. Wat gebeurt er als een klant letsel oploopt, als je apparatuur uitbrandt, als je drie maanden uitvalt, als je huurbaas een conflict begint, en als een behandeling misgaat. Zet erachter wat je zelf kunt dragen.
Stap 2: vraag voor de twee zwaarste risico's drie offertes op met dezelfde verzekerde som en hetzelfde eigen risico. Lees de uitsluitingen voordat je naar de premie kijkt. Vermeld al je behandelingen, ook de bijzondere, en zet je salon aan huis expliciet in de aanvraag.
Stap 3: plan de AOV-beslissing apart in, over een maand, als je de rest hebt geregeld. Het is de duurste en meest persoonlijke keuze, en die neem je niet tussendoor.
Wat je verzekeraar bij bijna al deze vragen wil weten, is hoeveel je omzet en welke behandelingen je doet. Dat is precies de administratie die er in het eerste jaar bij inschiet. CelerBook houdt dat vanzelf bij: je krijgt een KPI-dashboard met je omzet per dienst en per medewerker en een kwartaaloverzicht dat je zo aan je adviseur kunt geven. Daarnaast krijg je een eigen boekingspagina op je eigen subdomein, automatische bevestigingsmails, SMS-herinneringen voor 0,11 euro ex btw per afspraak, een agenda voor meerdere medewerkers die elke afspraak doorschrijft naar Google Agenda, en klantbeheer met notities en historie, handig als je bij een klacht moet terugzoeken wat je wanneer hebt gedaan. Betalen doe je per afspraak: de eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een maximum van 30 euro per maand voor een solo-zaak en 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract, en geen gebruik betekent geen kosten. Probeer CelerBook gratis.
