Schijnzelfstandigheid bij kappers: zzp inhuren in 2026

Door Younes Aroiych, oprichter CelerBook · Gepubliceerd op 7 september 2026 · 12 min leestijd ·Bijgewerkt op 10 september 2026
Een saliegroene verrijdbare kapperstrolley met dichte laden midden op de salonvloer tussen twee werkplekken, met op het bovenblad een ronde borstel, een kam, een spuitfles en een beker met gereedschap.

Stoelverhuur en inhuur zijn twee verschillende dingen

Twee dagen per week iemand erbij, zonder loonadministratie en zonder vaste lasten in januari. Zo wordt het aan je verkocht, en zo werkt het bij een deel van de salons ook prima.

Alleen worden er in de branche twee constructies door elkaar gehaald die fiscaal niet op elkaar lijken.

Bij stoelverhuur huurt iemand ruimte van je. Die persoon heeft eigen klanten, bepaalt eigen prijzen, int zelf het geld en betaalt jou huur. Het geld stroomt naar jou toe.

Bij zzp inhuren geef jij de opdracht. Jij hebt de klanten, jij bepaalt het tarief, jouw kassa int het geld en jij betaalt aan het eind van de maand een factuur. Het geld stroomt van jou weg.

Dat tweede is fiscaal veel risicovoller, en dat is waar deze gids over gaat. Beoordeel je juist of stoelhuur als zzp'er iets voor jou is, dan staat dat in de gids over stoel huren tegenover een eigen zaak, vanuit de andere kant van de tafel.

VraagStoelverhuurZzp inhuren
Wie bepaalt de prijsDe huurderDe salon
Wie int het geld van de klantDe huurder, eigen kassaDe salon
Wie levert de klant aanDe huurderDe salon
Wie bepaalt de werktijdenDe huurderDe salon, via het rooster
Richting van de geldstroomHuurder betaalt de salonSalon betaalt de zzp'er
Waar het naheffingsrisico ligtBij de salon als verhuurder, maar pas als de huur in de praktijk werk in opdracht blijktBij de salon als opdrachtgever, en hier is het risico het grootst

Waar het risico ligt: bij jou, niet bij de zzp'er

Dit is het deel dat in gesprekken over inhuur bijna altijd wordt overgeslagen.

Als de Belastingdienst achteraf oordeelt dat er sprake was van een dienstbetrekking, moet jij alsnog aangifte loonheffingen doen over alle tijdvakken waarin die persoon werkte, en krijg je een naheffingsaanslag.

Die aanslag wordt in beginsel als eindheffing opgelegd, en dat is het punt waar adviesteksten het vaakst laten liggen. Eindheffing betekent dat de loonbelasting en de premie volksverzekeringen voor jouw rekening komen. Het is dan geen loon meer van de ander, dus hij kan het niet verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting en jij kunt het niet bij hem terughalen.

Er is een uitweg, maar je moet erom vragen. Je kunt de Belastingdienst verzoeken de eindheffing niet toe te passen en de gegevens aanleveren die daarvoor nodig zijn. Krijg je die beschikking, dan is het gewoon loon van de werknemer, corrigeer je je aangiften per persoon en kun je verhalen. Vraag je er niet om, dan wordt de belasting gebruteerd tegen het tabeltarief: 55,60 procent bij een jaarloon tot 38.884 euro, 60,10 procent tot 78.427 euro en 98 procent daarboven.

De werkgeversheffing Zvw en de premies werknemersverzekeringen kun je hoe dan ook niet verhalen. Die blijven altijd voor jouw rekening. Bron: Handboek Loonheffingen 2026, paragraaf 25.1 en tabel 5.1, plus artikel 31 Wet LB 1964. Gecheckt september 2026.

De zzp'er in kwestie loopt dat risico dus niet. Die heeft zijn facturen betaald gekregen, zijn eigen aangifte gedaan en is inmiddels misschien allang ergens anders. Jij houdt de rekening vast.

Op de weging zelf gaat deze gids niet in. De Belastingdienst kijkt naar gezag en instructies, naar inbedding in de organisatie en naar eigen ondernemersrisico, en dat is een weging van omstandigheden bij elkaar in plaats van een checklist met een uitslag onderaan. Die criteria staan uitgewerkt in de gids over stoel huren tegenover een eigen zaak en worden hier niet herhaald.

Wat een jaar inhuur kost als het misgaat

Abstracte risico's laten mensen koud, dus reken het uit.

Neem een zzp-kapper die twee dagen per week in je salon werkt: 16 uur per week, 46 weken per jaar, tegen 35 euro per uur. Dat is 736 uur en 25.760 euro aan facturen over een jaar.

Als die relatie als dienstbetrekking wordt aangemerkt, lopen hier de werkgeverspremies over. Awf hoog, want er is geen schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd: 7,74 procent. Aof laag, want je bent een kleine werkgever: 6,27 procent. Opslag Wko 0,50 procent. Whk 1,52 procent, het gemiddelde voor 2026. Werkgeversheffing Zvw 6,10 procent. Samen 22,13 procent.

PostBedragBerekening
Betaald aan de zzp'er in een jaar25.760 euro736 uur maal 35 euro
Awf hoge premie 7,74 procent1.994 euroGeen schriftelijk vast contract
Aof lage premie 6,27 procent1.615 euroTarief voor kleine werkgevers
Opslag Wko 0,50 procent129 euroBovenop de Aof-premie
Whk 1,52 procent392 euroGemiddelde 2026, WGA plus Ziektewet
Werkgeversheffing Zvw 6,10 procent1.571 euroNiet verhaalbaar
Niet te verhalen op de zzp'er5.701 euro22,13 procent van het factuurbedrag

Bron premiepercentages: de regeling waarin de premiepercentages werknemers- en volksverzekeringen voor 2026 zijn vastgesteld, gepubliceerd in de Staatscourant van 5 december 2025. De Whk is een gemiddeld percentage, jouw beschikking van de Belastingdienst kan hoger of lager uitvallen.

Dat is 5.701 euro over een enkel jaar, bij een enkele zzp'er, bij een bescheiden urenomvang, en het is een ondergrens. Vraag je niet om een naheffingsaanslag zonder eindheffing, dan komt de gebruteerde loonbelasting er nog bij: tegen het laagste tabeltarief van 55,60 procent over diezelfde 25.760 euro is dat 14.323 euro. Plus belastingrente over de periode vanaf 1 januari volgend op het belastingjaar tot 14 dagen na de dagtekening van de aanslag.

Reken twee dingen mee die het bedrag snel opdrijven. Correcties gaan onder het ingroeimodel in beginsel terug tot 1 januari 2025, dus vanaf september 2026 gaat het al om ongeveer 20 maanden. En als je twee mensen op dezelfde manier inhuurt, verdubbelt het.

Zet dat naast het alternatief. Een medewerker in dienst kost je volgens de opbouw in de gids over je eerste medewerker aannemen ongeveer 34 procent boven het brutoloon. Als je toch al 22 procent aan premies riskeert bovenop een uurtarief van 35 euro, is het prijsverschil tussen inhuur en loondienst kleiner dan het op de factuur lijkt.

De stand van de handhaving in 2026

Hier gaat veel secundaire berichtgeving mis, dus dit is de status zoals hij in de primaire stukken staat.

Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als een arbeidsrelatie als dienstbetrekking wordt gezien. Volgens het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 blijft in 2026 een deel van de zachte landing staan: geen verzuimboetes, wel vergrijpboetes bij opzet of grove schuld, met een bedrijfsbezoek als startpunt. Vanaf 2027 vervalt ook dat resterende deel. Het plan werkt daarnaast met een ingroeimodel tot 2030, waarbij correcties in beginsel niet verder teruggaan dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of van een eerder gegeven aanwijzing die niet in voldoende mate is opgevolgd. Die tweede uitzondering wordt bijna nooit genoemd en is voor een salon die al eens bezoek heeft gehad wel de belangrijkste. Pas vanaf 2030 kan de Belastingdienst weer vijf jaar terug. Gecheckt in september 2026.

Twee dingen die daar niet in staan en die je toch overal leest.

Er is geen modelovereenkomst meer aan te vragen. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten en verlengt hij bestaande niet. Overeenkomsten die op die datum goedgekeurd waren, vervallen niet voor 31 december 2029 en mogen tot en met die datum worden gebruikt, ook als er in de tekst zelf een andere einddatum staat, en alleen als er in de praktijk ook echt zo wordt gewerkt.

En de wet die alles zou verduidelijken komt er in die vorm niet. Het kabinet schrapte op 6 maart 2026 het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel, waarmee ook de naam VBAR is verdwenen, en kondigde een Zelfstandigenwet aan zonder ingangsdatum. Wat overbleef en wel wet is geworden, is het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief: Staatsblad 2026, 158, met het inwerkingtredingsbesluit in Staatsblad 2026, 207.

Let op de datum, want dit is nog geen geldend recht. Het nieuwe artikel 7:610aa BW treedt op 31 december 2026 in werking. Vanaf dan kan een zzp'er die onder het drempeltarief werkt zich erop beroepen, en moet jij aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Het werkt onmiddellijk door in relaties die op die datum al lopen, maar niet met terugwerkende kracht. Tot 31 december 2026 gelden alleen de bestaande rechtsvermoedens van artikel 7:610a en 7:610b BW.

Let ook op het bedrag, want er circuleren er twee en dat is geen slordigheid. In de wettekst staat 36 euro per uur, met peildatum 1 januari 2025, het jaar waarin het voorstel werd ingediend. Het kabinet communiceert 38 euro, hetzelfde bedrag geindexeerd naar peildatum 1 januari 2026 (niet afgerond 37,07 euro). Welk bedrag er op 31 december 2026 werkelijk geldt, wordt volgens artikel III van de wet bij ministeriele regeling vastgesteld, en die was in september 2026 nog niet gepubliceerd. Reken dus met een grens rond 38 euro en check de regeling voordat je een tarief afspreekt.

Dat is voor deze branche geen randgeval. Een aanzienlijk deel van de zzp-tarieven in de salonwereld ligt onder die grens.

Wat wel en niet zelfstandig kan in een salon

Er zijn werkzaamheden in een salon die zich lenen voor een echte opdracht, en werkzaamheden die dat vrijwel nooit doen.

Wat wel kan: een specialist die je voor een afgebakende klus haalt en die zijn eigen vak meebrengt. Een balayage-specialist die eens per maand een dag komt voor klanten die daarvoor speciaal boeken. Iemand die een bruidskapsel op locatie doet. Een barbier die met eigen materiaal en eigen prijzen een eigen dag draait. Er zit een begin en een eind aan, en er is iets eigens.

Wat vrijwel nooit werkt: iemand die gewoon meedraait in het rooster. Dezelfde behandelingen, jouw prijslijst, jouw producten, jouw kassa, jouw bedrijfskleding, jouw balie, jouw klanten. Dat is de constructie die op ondernemersfora steeds terugkomt en die precies het patroon vormt dat als dienstbetrekking wordt gezien: werken via het kassasysteem van de salon en aan het eind van de maand uitbetaald krijgen door de eigenaar.

Loop deze zes vragen langs voor de persoon die je wilt inhuren. Heeft hij eigen klanten die specifiek voor hem komen? Bepaalt hij zijn eigen tarief? Int hij zelf zijn geld, of loopt het via jouw kassa? Gebruikt hij eigen producten? Bepaalt hij zelf wanneer hij er is, of vul jij hem in het rooster in? Draagt hij jouw bedrijfskleding?

Zes keer aan jouw kant betekent niet automatisch dienstbetrekking, en zes keer aan zijn kant betekent niet automatisch zelfstandigheid. Maar hoe verder de antwoorden naar jouw kant leunen, hoe minder een contract je nog gaat helpen.

Diezelfde vragen spelen in een nagelstudio of een massagepraktijk net zo hard. Een nagelstyliste die op papier een eigen plek in je salon huurt, maar van wie de klanten via jouw boekingssysteem binnenkomen en die jij inplant op de dagen dat het druk is, huurt in naam maar werkt in de praktijk in opdracht: de geldstroom en de planning wijzen naar dienstbetrekking, niet de term in het huurcontract. Een masseur die je alleen belt als het druk is en die zich voegt naar jouw rooster en jouw prijslijst, zit om dezelfde reden dicht tegen een arbeidsovereenkomst aan, ook al werkt hij op afroep. Vergunning- en diploma-eisen verschillen wel per vak en staan hier los van: die zet je apart, in de gids over diploma- en vergunningseisen per beroep.

Wat je vastlegt, en waarom papier je niet redt

Leg een opdracht schriftelijk vast, en houd de tekst dicht bij wat er echt gebeurt.

Zet erin: wat er precies wordt gedaan en over welke periode, wie de klant aanbrengt, wie de prijs bepaalt, wie factureert aan de klant, wie de producten levert, hoe vervanging bij ziekte werkt, en dat de opdrachtnemer voor eigen rekening en risico werkt. Vermeld het KVK-nummer en het btw-nummer, en bewaar de facturen met een specificatie van datum en uren.

Papier alleen redt je niet, en dat is geen slogan maar de kern van de beoordeling. De Belastingdienst kijkt naar hoe het feitelijk werkt. Een contract waarin staat dat de opdrachtnemer zijn eigen tijden bepaalt, terwijl er een weekrooster in de personeelsapp staat waar zijn naam in is ingevuld, werkt tegen je in plaats van voor je.

Drie dingen die in de praktijk het zwaarst wegen en die je zelf kunt inrichten. Laat de zzp'er zijn eigen klanten meebrengen en houd die zichtbaar apart. Laat hem zijn eigen prijs bepalen, ook als die afwijkt van je prijslijst. En kijk kritisch naar wie het geld van de klant int, want als jouw kassa het geld ontvangt en jij later doorbetaalt, staat de zelfstandigheid op papier en niet in de praktijk.

Laat de opzet nakijken door een fiscalist of je brancheorganisatie voordat de eerste factuur binnenkomt. Een paar honderd euro advies weegt niet op tegen 5.701 euro per jaar aan niet-verhaalbare premies, en tegen de eindheffing die daar bovenop komt.

Wat je deze maand doet

Stap 1: zet op papier hoe het nu werkt. Wie brengt de klant aan, wie bepaalt de prijs, wie int het geld, wie maakt het rooster. Niet hoe het in het contract staat, maar hoe het vorige week ging.

Stap 2: reken je eigen bedrag uit. Neem wat je het afgelopen jaar aan zzp-facturen hebt betaald en vermenigvuldig dat met 22,13 procent. Dat is de ondergrens van wat je niet kunt verhalen als het misgaat; de eindheffing over de loonbelasting komt daar nog bij.

Stap 3: kies. Aanpassen zodat de praktijk echt zelfstandig is, of iemand in dienst nemen. De tussenvorm, een zzp'er die feitelijk meedraait, is de duurste van de drie.

Stap 4: leg de gekozen vorm vast en laat hem nakijken. Zet daarna een herinnering voor januari, want per 2027 vervalt het resterende deel van de zachte landing.

Wat je ook kiest, de agenda moet het volgen. In CelerBook geef je iedereen die bij je werkt een eigen agenda met eigen werktijden, en je kunt per persoon een eigen prijs en een eigen duur voor dezelfde behandeling instellen. Voor een echte zelfstandige is dat precies wat je wilt kunnen laten zien: zijn tarief is zijn tarief, zijn tijden zijn zijn tijden, en zijn boekingen zijn per persoon terug te vinden. Voor personeel in dienst werkt dezelfde opzet, en de klantenpagina met bezoekhistorie laat zien wie er voor wie terugkomt. Bevestigingen gaan per e-mail. De eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een plafond van 30 euro per maand voor een solo-zaak plus 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract. Probeer CelerBook gratis.

Veelgestelde vragen

Kan ik nog een modelovereenkomst aanvragen voor een zzp-kapper?
Nee. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer en verlengt hij bestaande niet. Overeenkomsten die op die datum goedgekeurd waren, mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029, ook als er in de overeenkomst zelf een andere einddatum staat. Ze geven alleen zekerheid als je in de praktijk ook echt zo werkt. Bron: belastingdienst.nl, gecheckt september 2026.
Wat kost het als de Belastingdienst mijn zzp'er als werknemer ziet?
Meer dan de meeste adviesteksten schrijven, want 5.701 euro is een ondergrens. In het rekenvoorbeeld in deze gids gaat het om 25.760 euro aan facturen over een jaar, waarover 22,13 procent aan werkgeverspremies loopt die je nooit kunt verhalen. Daar bovenop komt de loonbelasting. Een naheffingsaanslag wordt volgens paragraaf 25.1 van het Handboek Loonheffingen 2026 in beginsel als eindheffing opgelegd, en die komt volledig voor jouw rekening: je opdrachtnemer kan hem niet verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting en jij kunt hem niet bij hem terughalen. Verhalen kan alleen als je zelf vraagt om een naheffingsaanslag zonder eindheffing en de daarvoor benodigde gegevens aanlevert.
Hoe wordt er in 2026 gehandhaafd op schijnzelfstandigheid?
Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst weer naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen. Volgens het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 blijft in 2026 een deel van de zachte landing staan: geen verzuimboetes, wel vergrijpboetes bij opzet of grove schuld, met een bedrijfsbezoek als startpunt. Per 1 januari 2027 vervallen die vrijstelling van verzuimboetes en het bedrijfsbezoek als vast startpunt. Los daarvan loopt het ingroeimodel door tot 2030: correcties gaan in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of van een eerder gegeven aanwijzing die niet voldoende is opgevolgd. Pas vanaf 2030 kan de Belastingdienst weer vijf jaar terug.
Hoe ver terug kan een correctie gaan?
Onder het ingroeimodel gaan correcties in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025. Daarop zijn twee uitzonderingen: kwaadwillendheid, en een eerder gegeven aanwijzing die niet in voldoende mate is opgevolgd. Omdat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 geen aanwijzingen meer geeft, gaat het bij die tweede altijd om een aanwijzing van voor die datum. Vanaf september 2026 praat je dus over ongeveer 20 maanden. Daar komt belastingrente bovenop, berekend vanaf 1 januari volgend op het belastingjaar tot 14 dagen na de dagtekening van de naheffingsaanslag. Bron: Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026, paragraaf 2.2 en 3.3, gecheckt september 2026.
Verandert de wet nog voor opdrachtgevers?
Ja, maar pas aan het eind van 2026. Het kabinet schrapte op 6 maart 2026 het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel en kondigde een Zelfstandigenwet aan zonder ingangsdatum. Wat wel wet is geworden, is het rechtsvermoeden op basis van een uurtarief: Staatsblad 2026, 158, dat volgens het besluit in Staatsblad 2026, 207 op 31 december 2026 in werking treedt. Vanaf die datum kan een zzp'er onder het drempeltarief zich erop beroepen en moet jij als opdrachtgever aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Let op twee bedragen: de wettekst van artikel 7:610aa BW noemt 36 euro per uur met peildatum 1 januari 2025, terwijl het kabinet 38 euro communiceert met peildatum 1 januari 2026. Welk bedrag bij inwerkingtreding geldt, wordt bij ministeriele regeling vastgesteld.

Klaar om met CelerBook te starten?

Gratis proberen, geen creditcard nodig. In 5 minuten live.

Probeer CelerBook gratis