Verkopen of sluiten: de rekensom achter die keuze
Stoppen komt zelden op een rustig moment. Meestal is er iets: een huurcontract dat afloopt, een lichaam dat niet meer meewerkt, of een agenda die al twee jaar niet meer vol raakt. En dan komt de vraag die niemand in een keer goed beantwoordt: verkoop je de zaak of doe je hem gewoon dicht.
Het verschil zit in wat er nog waarde heeft. Bij een verkoop wordt de goodwill betaald en gaat de inventaris mee in de prijs. Bij een sluiting verkoop je losse spullen, betaal je meestal nog door op contracten die niet meteen eindigen, en betaal je zelf de kosten van het leeghalen van het pand.
Toch is verkopen niet automatisch beter. Drie situaties waarin sluiten realistischer is. Je omzet hangt volledig aan jou als persoon, dus er is niets over te dragen dan stoelen. Je huurcontract loopt binnen een jaar af en de verhuurder wil niet verlengen. Of je hebt drie jaar op rij verlies gedraaid, want dan koopt niemand een verhaal, hoe goed je klanten je ook vinden.
Er is nog een reden om vroeg te beginnen. Een verkoop kost tijd: een koper wil drie jaar cijfers zien, doet een boekenonderzoek en moet zijn financiering rond krijgen. Wie in november besluit om per 1 januari te stoppen, verkoopt niet meer, die sluit.
Wat een salon verkoopbaar maakt
Een koper betaalt niet voor jouw jaren, hij betaalt voor wat er na jouw vertrek overblijft. Vier dingen bepalen dat.
Cijfers over drie jaar die kloppen. Jaarrekeningen die aansluiten op je btw-aangiftes, zonder eenmalige posten die het laatste jaar oppoetsen. Een koper zet jouw vraagprijs bovendien naast wat het kost om zelf te beginnen, en die lijst staat in het artikel over de kosten van een kapsalon starten. Zit je daar ver boven zonder dat je omzet dat verklaart, dan verkoop je niet.
Een agenda die niet aan jou hangt. Dit is het zwaarste punt en het duurt het langst om te repareren. Klanten die alleen bij jou boeken zijn persoonlijke goodwill, en die verdwijnt bij de overdracht. Klanten die bij meerdere medewerkers hebben gezeten zijn ondernemingsgoodwill, en daar wordt voor betaald. Begin daar dus twee jaar voor de verkoop mee, niet twee maanden.
Wat er precies wordt verkocht, verschilt sterk per vak, en dat bepaalt de verhouding tussen inventaris en goodwill in de koopprijs. Bij een kapsalon zit een deel van de waarde vast in de inrichting zelf: wasunits met leidingwerk, een kappersstoel met pomp, een balie die op maat is gebouwd. Dat spul verhuist niet zomaar mee en drukt daarom relatief zwaar op de inventariswaarde. Bij een nagelstudio of massagepraktijk ligt dat anders: een manicuretafel, een behandeltafel en de losse voorraad gaan gewoon los mee in een busje, en er hangt geen leidingwerk aan vast. Daar leunt de koopprijs verhoudingsgewijs zwaarder op het klantenbestand en de goodwill, en minder op de fysieke inrichting. Een overnemer die alleen de losse spullen wil, betaalt voor een nagelstudio dus relatief meer voor de klanten en minder voor de meubels dan bij een kapsalon.
Overdraagbare contracten. Het huurcontract voorop, daarna leveranciers en lease. Een verhuurder die niet wil meewerken kan een deal blokkeren, en dan blijft alleen de gang naar de rechter over. De koperskant van precies dit probleem staat in het artikel over een kapsalon overnemen.
Een schone lei. Openstaande klachten, toegezegde herstelbehandelingen en lopende zaken bij de geschillencommissie horen op tafel. Hoe je die afhandelt staat in het artikel over klachten in je salon afhandelen.
Stakingswinst: waar de belasting over gaat
Dit is het onderdeel waar de meeste mensen zich op verkijken, want de belasting gaat niet over wat je op je rekening krijgt. Stakingswinst is het verschil tussen de fiscale boekwaarde van je onderneming en de werkelijke waarde op het moment dat je stopt, omschrijft Ondernemersplein, gecheckt september 2026. Vier posten vormen dat bedrag.
Stille reserves. Bedrijfsmiddelen zijn meer waard dan hun boekwaarde, en dat verschil valt vrij.
Goodwill. Die staat niet op je balans, dus alles wat een koper ervoor betaalt is winst.
Vrijval van de oudedagsreserve. Opbouwen kan sinds 1 januari 2023 niet meer, maar wat er nog staat wordt bij je winst opgeteld zodra je staakt.
Desinvesteringsbijtelling. Verkoop je bedrijfsmiddelen binnen 5 jaar na het begin van het kalenderjaar van de investering waarvoor je investeringsaftrek kreeg, dan betaal je een deel terug. De drempel is 2.900 euro aan desinvesteringen in 2026, en je past hetzelfde percentage toe als destijds bij de aftrek. De bijtelling is nooit hoger dan de aftrek die je toen kreeg. Bron: belastingdienst.nl, gecheckt september 2026.
Neem de salon uit het overnameverhaal, nu vanaf de andere kant: verkoopprijs 65.000 euro voor de activa, waarvan 18.000 euro is toegerekend aan inventaris en voorraad en 47.000 euro aan goodwill.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Toegerekend aan inventaris en voorraad | 18.000 euro |
| Af: boekwaarde inventaris op de balans | 11.000 euro |
| Stille reserve | 7.000 euro |
| Goodwill, staat niet op de balans | 47.000 euro |
| Vrijval oudedagsreserve | 14.000 euro |
| Desinvesteringsbijtelling, 28 procent over 6.000 euro toegerekende overdrachtsprijs | 1.680 euro |
| Stakingswinst | 69.680 euro |
Narekenen: 18.000 min 11.000 is 7.000 euro stille reserve. Daarbij 47.000 euro goodwill en 14.000 euro vrijgevallen oudedagsreserve. De wasunits en droogkap uit 2024 kostten 9.500 euro met 28 procent kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, en van de verkoopprijs is 6.000 euro aan die middelen toegerekend: 28 procent daarvan is 1.680 euro, ruim onder de 2.660 euro die destijds is afgetrokken. Samen 7.000 plus 47.000 plus 14.000 plus 1.680 is 69.680 euro.
Let op de derde regel. Die 14.000 euro heb je nooit ontvangen, want de oudedagsreserve was uitstel van belasting, geen spaarpot. Toch betaal je er nu over. Dat is voor veel stoppende ondernemers de onaangename verrassing van het hele traject.
Wat er tegenover staat
Drie regelingen drukken het bedrag, en een ervan kan het grotendeels uitstellen.
| Regeling | Bedrag of percentage in 2026 |
|---|---|
| Stakingsaftrek | Maximaal 3.630 euro in totaal over je hele leven, een onbenut restant blijft bruikbaar |
| Mkb-winstvrijstelling | 12,7 procent van de winst na ondernemersaftrek |
| Zelfstandigenaftrek in het jaar van staken | 1.200 euro in 2026, 900 euro in 2027, alleen bij het urencriterium van 1.225 uur |
| Stakingslijfrente, 62 jaar of ouder, invalide of bij overlijden | maximaal 574.867 euro |
| Stakingslijfrente, tussen 52 en 62 jaar of een direct ingaande lijfrente | maximaal 287.445 euro |
| Stakingslijfrente, overige gevallen | maximaal 143.732 euro |
Bron: belastingdienst.nl, pagina's over de veranderingen in de inkomstenbelasting 2026, gecheckt september 2026.
Staak je in 2027, dan gelden andere bedragen. Het wetsvoorstel Belastingplan 2027 zet de zelfstandigenaftrek per 1 januari 2027 op 900 euro. De mkb-winstvrijstelling blijft 12,7 procent en de stakingsaftrek komt in het voorstel niet voor. De Tweede en Eerste Kamer moeten het nog aannemen. Bron: wetsvoorstel Belastingplan 2027 op rijksoverheid.nl, 15 september 2026.
Doorgerekend op het voorbeeld, en alleen over de stakingswinst zelf: 69.680 min 3.630 stakingsaftrek is 66.050 euro. De mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent daarover is 8.388 euro, dus er blijft 57.662 euro belastbaar over. Valt dat volledig in de tweede schijf van 37,56 procent, die in 2026 loopt tot 78.426 euro, dan is dat ongeveer 21.658 euro belasting. Boven 78.426 euro geldt 49,50 procent.
De vierde tot en met zesde regel van de tabel is de ontsnappingsroute. Je mag stakingswinst omzetten in een lijfrente en de premie aftrekken, waardoor je per saldo op dat moment geen hoger belastingbedrag betaalt en pas belasting betaalt als de uitkering loopt. De storting moet uiterlijk 6 maanden na afloop van het kalenderjaar van staken zijn gedaan, dus voor 1 juli van het jaar erna.
Btw, de laatste aangiftes en de bewaarplicht
Verkoop je de zaak als geheel, dan wordt er over de verkoopprijs geen btw geheven. Artikel 37d van de Wet op de omzetbelasting 1968 bepaalt dat bij de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen geen leveringen of diensten worden geacht plaats te vinden, en dat degene op wie de goederen overgaan in de plaats treedt van de overdrager. Dat geldt ook voor het deel dat goodwill is.
De bekende voorwaarde dat de koper de onderneming moet voortzetten staat niet in dat artikel. Zij komt uit rechtspraak van het Hof van Justitie, die de regeling beperkt tot een overgang waarbij de verkrijger de zaak wil exploiteren en niet meteen wil liquideren. Praktisch komt het op hetzelfde neer, maar leg het zo uit aan je koper, want het is de bedoeling van de koper die telt en niet een zin in de koopovereenkomst.
Wat je niet overdraagt, haal je naar prive, en dat is fiscaal een levering aan jezelf. Heb je bij de aankoop btw afgetrokken, dan draag je die nu af over de waarde op het moment van onttrekking. Dat raakt in een salon vooral de dingen die je zelf houdt: een fohn, een spiegel, soms de auto.
Verder loopt de administratie nog even door. De Belastingdienst stuurt na het bericht van de KVK een brief of je nog een laatste btw-aangifte moet doen, en pas na die aangifte volgt de definitieve bevestiging dat je geen ondernemer meer bent. Vergeet in die laatste aangifte de btw niet over facturen die je klanten nog niet hebben betaald. Zit je in de kleineondernemersregeling, dan eindigt die met de onderneming zelf.
En dan de bewaarplicht, die de meeste mensen na een jaar vergeten: je administratie bewaar je 7 jaar, ook als de zaak niet meer bestaat, en voor gegevens over onroerende zaken 10 jaar. Bron: rijksoverheid.nl en belastingdienst.nl, gecheckt september 2026.
Uitschrijven bij de KVK is de laatste stap, niet de eerste
Uitschrijven is gratis voor een eenmanszaak of vof en online geregeld met DigiD. Precies daarom doen mensen het te vroeg, en dat is de verkeerde volgorde: KVK zet uitschrijven op plek 11 van de 11 stappen op de checklist bedrijf stoppen, gecheckt september 2026.
De tien stappen ervoor, in de volgorde die KVK aanhoudt: je financien controleren, nagaan of je recht hebt op ondersteuning zoals Bbz of IOAZ, je personeel afhandelen, klanten, personeel en leveranciers informeren, lopende opdrachten en facturen afronden, contracten opzeggen met inachtneming van looptijd en opzegtermijn, voorraad en bezittingen overdragen of verkopen, je zakelijke rekening opzeggen, aansprakelijkheden en schulden afwikkelen, en je boekhouding afsluiten met de berekening van je stakingswinst.
Twee dingen die daarin het vaakst misgaan. Doorlopende contracten met een opzegtermijn van drie maanden of langer, zoals leveranciers, alarmopvolging en softwareabonnementen, want die lopen door nadat de deur dicht is. En je aansprakelijkheidsverzekering, die je pas opzegt als de laatste behandeling ver genoeg achter je ligt.
Personeel en klantgegevens
Bij personeel is het verschil tussen verkopen en sluiten het grootst. Verkoop je de zaak als geheel, dan gaan de arbeidsovereenkomsten van rechtswege mee naar de koper, met behoud van arbeidsvoorwaarden, op grond van artikel 7:663 BW. Jij blijft daarna nog een jaar naast de koper hoofdelijk verbonden voor verplichtingen die voor de overgang zijn ontstaan, en artikel 7:670 lid 8 BW verbiedt opzegging wegens de overgang zelf. Je regelt bij een verkoop dus geen ontslag, je regelt een overdracht.
Sluit je, dan eindig je de contracten zelf, met de bijbehorende route, opzegtermijn en transitievergoeding. Wat er allemaal aan werkgeverschap vastzit staat in het artikel over je eerste medewerker aannemen, en dat werkt aan het einde net zo goed als aan het begin.
Bij klantgegevens is het beeld minder hard. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geen citeerbaar standpunt gepubliceerd dat precies afbakent wat er bij een bedrijfsbeeindiging met een klantenbestand mag, dus dit is praktijk en geen wet. De lijn: bij een echte bedrijfsopvolging waarbij de dienstverlening op dezelfde plek doorgaat, wordt een gerechtvaardigd belang aangenomen en informeer je je klanten actief over de overname. Verkoop je alleen het bestand zonder de zaak, dan is toestemming de veiligere route.
Bij een sluiting geldt iets anders. Een bericht aan je klanten dat je stopt, past bij het doel waarvoor je hun gegevens hebt. Diezelfde klanten doorsturen naar een bevriende salon is een nieuw doel, en dat vraagt om toestemming. Wat je daarna nog bewaart, bewaar je omdat de fiscus dat vraagt, niet omdat het ooit nog van pas kan komen: gooi weg wat geen fiscale functie heeft.
Waar dit artikel ophoudt en je boekhouder begint
De rekensom hierboven is bewust geisoleerd: hij gaat alleen over de stakingswinst. In je echte aangifte komt die winst bovenop de winst van het lopende jaar, en dan spelen je heffingskortingen, de zelfstandigenaftrek, een eventuele middeling van je inkomen over meerdere jaren, en de vraag of een deel van je pand tot je ondernemingsvermogen hoort.
Drie situaties waarin een gesprek met een boekhouder of fiscalist geen luxe is. Je hebt een oudedagsreserve op de balans en wilt weten of een stakingslijfrente in jouw geval loont. Je verkoopt aan een familielid of een medewerker, want dan komt de vraag naar een zakelijke prijs erbij. Of je hebt een pand in eigendom, want dan valt de stille reserve daarop mogelijk in hetzelfde jaar vrij en wordt het bedrag een veelvoud van het voorbeeld hierboven.
Wat je zelf kunt doen is het voorwerk: drie jaar cijfers klaarleggen, de boekwaarde van je inventaris opzoeken, je oudedagsreserve opvragen en je investeringen van de afgelopen vijf jaar op een rij zetten. Met die vier dingen op tafel duurt zo'n gesprek een uur in plaats van drie.
Stoppen begint bijna altijd met zoeken naar cijfers die je niet meer bij elkaar krijgt. In CelerBook staan ze er al: er zit een omzet- en btw-overzicht per kwartaal in dat je als csv-bestand downloadt voor je boekhouder, je ziet de omzet per dienst en per medewerker, en de klantenpagina toont per klant het aantal bezoeken en de laatste afspraak, precies het cijfer waar een koper naar vraagt. Wie nog een paar jaar door wil voor hij verkoopt, bouwt daarmee ondertussen het dossier op dat de vraagprijs straks moet dragen. De kosten blijven meelopen met wat je draait: de eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een maximum van 30 euro per maand voor een solo-zaak plus 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract, en geen gebruik betekent geen kosten. Probeer CelerBook gratis.
