Wat je koopt: activa of aandelen
Een draaiende salon kopen is de andere startroute. Je begint niet bij een leeg pand maar bij een agenda die vol staat, een team dat er al werkt en een huurcontract dat loopt. Dat scheelt maanden, en het verplaatst het risico: bij een start weet je niet of er klanten komen, bij een overname weet je niet of ze blijven.
Eerst de vorm. Bij een kapsalon is het bijna altijd een activatransactie, simpelweg omdat de meeste zaken een eenmanszaak of vof zijn en er dan geen aandelen bestaan. Je koopt inventaris, voorraad, goodwill en de contracten die je overneemt. De schulden, de belastingschuld en de fiscale geschiedenis van de verkoper blijven achter. Bij een bv koop je met de aandelen wel alles mee, inclusief wat er in het verleden is gebeurd, en dan is het boekenonderzoek zwaarder.
Wat je van het geld af moet halen voor je verder rekent: KVK schrijft in het stappenplan bedrijf overnemen dat je een onderzoeksplicht hebt en dat de verkoper verplicht is de juiste gegevens te delen, gecheckt september 2026. Die twee plichten staan naast elkaar. Als je niet vraagt, kun je je later moeilijk beroepen op wat je niet wist. Waar het geld vandaan komt staat in het aparte artikel over financiering van een salon.
Persoonlijke goodwill is het hele verhaal
Dit is de vraag die op ondernemersfora het vaakst terugkomt in een of andere vorm: hoeveel goodwill is redelijk als de omzet aan de vertrekkende eigenaar hangt. KVK maakt daarvoor een scheiding die je in elk gesprek kunt gebruiken. Ondernemingsgoodwill komt voort uit de naam of de prestaties van het bedrijf, en daar profiteert de koper na de overname van, dus dat mag in de prijs. Persoonlijke goodwill zit vast aan de ondernemer zelf en gaat bij een overdracht verloren, gecheckt september 2026.
In een kapsalon is dat onderscheid scherper dan in bijna elke andere branche. Klanten boeken vaak bij een persoon, niet bij een pand. De vraag is dus niet of er persoonlijke goodwill in zit, maar hoeveel. Het helpt om te weten hoe de andere kant van de tafel rekent: de gids over een salon verkopen of stoppen laat zien welke fiscale afrekening de verkoper zelf tegemoet ziet.
Drie vragen die het verschil zichtbaar maken. Hoeveel procent van de omzet staat op naam van de vertrekkende eigenaar zelf. Hoeveel klanten hebben in de afgelopen twaalf maanden bij meer dan een medewerker gezeten. En blijft er personeel dat klanten aan zich bindt, of vertrekt de eigenaar alleen.
Vraag daarnaast wat de vertrekkende eigenaar na de overdracht mag. Een non-concurrentieafspraak van een tot twee jaar binnen een straal die bij het verzorgingsgebied past, is normaal en hoort in de koopovereenkomst te staan. Zonder die afspraak koop je een klantenbestand van iemand die twee straten verder opnieuw kan beginnen.
Een vraagprijs en de goodwill berekenen in vier stappen
Vraagprijzen op overnameplatforms zijn geen waarderingen. Het zijn openingsbiedingen van de verkoper. Reken ze om naar iets dat je kunt uitleggen.
Neem een concreet geval: een salon met de eigenaar en twee medewerkers, jaaromzet 180.000 euro ex btw, vraagprijs 65.000 euro. Ter ijking: het rapport MKB-indicatorbedrijf De kapsalon van Sira Consulting geeft voor kapsalons met personeel een gemiddelde jaaromzet van ongeveer 177.000 euro. Deze zaak zit dus vlak boven het gemiddelde van zijn eigen categorie.
Datzelfde rapport komt voor kapsalons zonder personeel op afgerond 22.000 euro, en dat cijfer heeft uitleg nodig omdat het elders anders klinkt. Het is een rekenkundig gemiddelde over alle inschrijvingen zonder personeel, dus inclusief deeltijders, zaken naast een baan en inschrijvingen die nauwelijks draaien. Het is geen norm voor een fulltime zzp-praktijk. Het gemiddelde over alle eenmanszaken ligt volgens de Monitor Kerndata 2025 op ongeveer 33.000 euro per zaak (865 miljoen over 26.010 zaken), maar per fte is het 33.257 euro, en de meeste zzp-kappers werken in deeltijd. Wie voltijds draait zit dus ruim boven dat gemiddelde. De cijfers en de berekening staan in de kerncijfers van de kappersbranche. Vergelijk de salon die je koopt dus met zijn eigen categorie en zijn eigen bezetting, en niet met een branchegemiddelde uit een andere steekproef.
| Stap | Post | Bedrag |
|---|---|---|
| 1 | Vraagprijs | 65.000 euro |
| 1 | Af: inventaris en voorraad, getaxeerd | 18.000 euro |
| 1 | Blijft over als goodwill | 47.000 euro |
| 2 | Winst voor belasting volgens de jaarrekening | 52.000 euro |
| 2 | Bij: afschrijving inventaris | 6.000 euro |
| 3 | Af: marktconform loon voor de eigenaar zelf, 32 uur per week tegen 24 euro all-in over 46 weken | 35.300 euro |
| 3 | Genormaliseerde winst voor rente, belasting en afschrijving | 22.700 euro |
| 4 | Goodwill gedeeld door die winst | 2,07 |
Stap voor stap: 65.000 min 18.000 is 47.000 euro goodwill. 52.000 plus 6.000 is 58.000 euro. 32 uur maal 24 euro maal 46 weken is 35.328 euro, afgerond 35.300, en 58.000 min 35.300 is 22.700 euro. Tot slot 47.000 gedeeld door 22.700 is 2,07.
Stap 3 is de stap die vrijwel iedereen overslaat en die alles bepaalt. In een eenmanszaak is het werk van de eigenaar geen kostenpost, dus de winst in de jaarrekening bevat zijn eigen loon. Trek je dat er niet af, dan koop je je eigen arbeid terug.
Is 2,07 redelijk? Er bestaat geen branchecijfer voor kapsalons, dus vergelijk met wat er wel is. Brookz mat in de Overname Barometer H2 2025 een gemiddelde van 5,0 keer EBITDA in het Nederlandse mkb, met detailhandel als laagste sector op 2,5.
Twee dingen duwen dat cijfer verder omlaag voordat je het op een salon plakt. Brookz zelf wijst erop dat kleinere mkb-bedrijven een lagere multiple krijgen omdat ze afhankelijk zijn van het management of van enkele grote klanten, en dat die correctie kan oplopen tot circa 20 procent van de oorspronkelijke multiple. En de Barometer meet bedrijven met een omzet van 0,5 tot 50 miljoen euro, dus een salon van 180.000 euro valt buiten die steekproef en zit onder de onderste categorie. Detailhandel op 2,5 min die 20 procent komt uit op 2,0. Tegen die achtergrond is 2,07 verdedigbaar. Tweede toets: 47.000 euro goodwill is 26 procent van de jaaromzet.
En dan het scenario dat de rekensom omgooit. Stel dat een derde van de omzet aan de vertrekkende eigenaar hangt, dus 60.000 euro, en dat de helft daarvan in het eerste jaar wegloopt. Dan verdwijnt 30.000 euro omzet. Uit hetzelfde MKB-rapport blijkt dat 94 procent van de branche-omzet uit dienstverlening komt en 6 procent uit productverkoop, dus achter een weggelopen behandeling zit nauwelijks bespaarde inkoop. Van die 22.700 euro genormaliseerde winst blijft dan niets over. Daarom is retentie per medewerker geen nice-to-have in het boekenonderzoek, maar het cijfer waar de prijs op staat of valt.
Wat je opvraagt voor je een bod doet
KVK adviseert het boekenonderzoek bij een bedrijfsovername te doen na een getekende intentieverklaring en daar een accountant of belastingadviseur bij te halen. Dit is de lijst die specifiek voor een salon telt.
| Stuk | Waar je op let |
|---|---|
| Jaarrekeningen over 3 jaar | Trend in omzet en marge, en eenmalige posten die de laatste jaarwinst opblazen |
| Btw-aangiftes over 3 jaar | Sluiten die aan op de jaarrekening. Knippen en scheren vallen onder 9 procent, schoonheidsbehandelingen, make-up, manicure, pedicure en verkochte producten onder 21 procent |
| Uitdraai uit het afsprakensysteem | Omzet en aantal klanten per medewerker, en hoeveel klanten in 12 maanden meer dan een keer terugkwamen |
| Personeelsdossiers | Contractvorm, contracturen, dienstjaren, loonschaal, vakantiedagen en opgebouwde verlofuren |
| Huurovereenkomst plus allonges | Type bedrijfsruimte, resterende looptijd, indexering, en of overdracht is toegestaan |
| Leverancierscontracten en lease | Minimumafnames, looptijd, en of ze overdraagbaar zijn |
| Lopende klachten en garanties | Openstaande zaken bij de geschillencommissie en toegezegde herstelbehandelingen |
Twee dingen waar je zelf naartoe kunt lopen voordat je een cijfer gelooft. Ga op drie verschillende dagdelen langs en tel de stoelbezetting. En vergelijk de omzet per stoel met de bandbreedte van 50.000 tot 75.000 euro per jaar uit het artikel over de kerncijfers van de kappersbranche. Zit de zaak daar ver onder, dan koop je een probleem waar de verkoper goodwill voor vraagt.
Het personeel gaat van rechtswege mee
Dit is het punt waarop kopers het vaakst verrast worden. Bij een overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomsten van rechtswege over op de verkrijger, staat in artikel 7:663 BW. Behoud van arbeidsvoorwaarden hoort daarbij, en dit is dwingend recht: je kunt het niet wegcontracteren en je kunt er niet met de verkoper omheen afspreken.
Drie gevolgen die je in de prijs moet verwerken. De dienstjaren lopen door, dus een medewerker die er acht jaar zit brengt die acht jaar mee, inclusief de opbouw voor een eventuele transitievergoeding. Artikel 7:670 lid 8 BW verbiedt opzegging wegens de overgang zelf, al blijft ontslag om economische, technische of organisatorische redenen mogelijk. En de verkoper blijft na de overgang nog een jaar naast jou hoofdelijk verbonden voor verplichtingen die voor dat moment zijn ontstaan, volgens artikel 7:663 BW.
Reken de loonkosten daarom door voordat je biedt, en tel de opgebouwde vakantiedagen en het vakantiegeld mee als post in de koopovereenkomst. Wat er verder bij werkgeverschap komt kijken staat in het artikel over je eerste medewerker aannemen.
Het huurcontract is de tweede plek waar het klapt
Een salon zonder pand is een klantenbestand met stoelen. De verkoper kan zijn huurovereenkomst niet zomaar aan jou overdragen: daar is de verhuurder voor nodig.
Werkt die niet mee, dan bestaat er een uitweg. Artikel 7:307 BW geeft de rechter de bevoegdheid om een indeplaatsstelling uit te spreken. De zittende huurder moet dan een zwaarwichtig belang hebben bij de overdracht van zijn bedrijf, en de rechter moet het verzoek afwijzen als de voorgestelde huurder onvoldoende waarborgen biedt voor volledige nakoming van de overeenkomst en voor een behoorlijke bedrijfsvoering. Dat is dus een toets op jou als koper, en hij duurt maanden.
Twee praktische punten. Bij een indeplaatsstelling loopt het contract door onder de bestaande voorwaarden, dus je krijgt geen verse termijn: neem je een contract over waar nog achttien maanden op zit, dan is dat wat je koopt. En het maakt uit welk regime van toepassing is, want dat bepaalt je termijn- en ontruimingsbescherming. Dat onderscheid staat uitgewerkt in het artikel over het huurcontract voor een salonpand. Regel de gang naar de verhuurder voordat je de koopovereenkomst tekent, niet erna.
Het klantenbestand en de AVG
Het klantenbestand is waar je de goodwill voor betaalt, en tegelijk het onderdeel waar de minste harde regels over bestaan. De Autoriteit Persoonsgegevens heeft geen citeerbaar standpunt gepubliceerd dat precies afbakent wanneer een bestand mee mag bij een overname, dus wat hieronder staat is praktijk, geen wet.
De lijn die in de praktijk wordt gevolgd: bij een echte bedrijfsopvolging waarbij de zaak op dezelfde plek en op dezelfde manier doorgaat, wordt een gerechtvaardigd belang aangenomen, mits de doelen waarvoor de gegevens zijn verzameld niet veranderen. Wordt alleen het bestand verkocht, zonder de zaak eromheen, dan is toestemming de veiligere route.
Wat in beide gevallen geldt: je informeert de klanten actief over de overname en over hun rechten. Artikel 14 AVG geeft daar een harde termijn aan, want gegevens die je niet van de betrokkene zelf hebt gekregen moet je uiterlijk binnen een maand melden. Spreek in de koopovereenkomst af welke gegevens overgaan, in welke vorm, en dat de verkoper zijn eigen kopie niet houdt. Gezondheidsgegevens die soms in een salondossier belanden, zoals huidaandoeningen of medicatie, vragen een zwaardere grondslag, dus neem die niet klakkeloos mee.
Of die klanten terugkomen blijft onzeker, ook na de koop. Dat is precies waarom stap 3 uit de rekensom hierboven zo zwaar weegt.
Wat je in de weken rond de overdracht doet
Week 1 en 2: intentieverklaring, boekenonderzoek en de gang naar de verhuurder. Zet de indeplaatsstelling of de schriftelijke toestemming als opschortende voorwaarde in de koopovereenkomst.
Week 3: personeelsgesprekken. Je hoeft niets te onderhandelen, want de voorwaarden gaan mee, maar mensen die het uit een brief moeten horen vertrekken vaker.
Week 4: de klantenmelding en de overdracht van de agenda. Laat de verkoper er nog vier tot acht weken naast staan, en spreek dat vast af.
Week 5 en verder: meten. Wie kwam er terug, bij welke medewerker, en hoeveel van de omzet die je hebt betaald staat er na drie maanden nog.
Dat laatste is waar een overname meestal blind is: de cijfers van de verkoper zeggen niets over wat er na de overdracht gebeurt. In CelerBook zie je dat vanaf dag een per medewerker. Elke afspraak staat op naam, elke medewerker heeft een eigen agenda met eigen prijzen en behandelduur, en de klantenpagina toont per klant het aantal bezoeken en de laatste afspraak, zodat je na een kwartaal weet welk deel van het klantenbestand echt is meegekomen. Voor je aangifte zit er een omzet- en btw-overzicht per kwartaal in. De prijs schaalt met de zaak: de eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een maximum van 30 euro per maand voor een solo-zaak plus 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract, en geen gebruik betekent geen kosten. Probeer CelerBook gratis.
