Loondoorbetaling bij ziekte: kleine werkgever in de salon

Door Younes Aroiych, oprichter CelerBook · Gepubliceerd op 7 september 2026 · 15 min leestijd ·Bijgewerkt op 10 september 2026
Een kleine personeelskeuken in daglicht met een waterkoker en drie mokken op het afdruiprek, waarvan een ondersteboven, en achterin een rond tafeltje bij het raam met een enkele stoel.

De vraag die je op dag drie stelt

Een medewerker meldt zich ziek en je bent de eerste dagen bezig met de agenda. Klanten omboeken, iemand langer laten werken, zelf de gaten opvullen. Dat is binnen een week opgelost, en het is niet het probleem.

Het probleem begint als de ziekmelding niet overgaat. Dan wordt de vraag: hoe lang betaal ik dit door, wat moet ik ondertussen aantoonbaar doen, en houdt mijn zaak dit vol met drie man. Dat is een andere vraag dan het rooster van vrijdag, en het antwoord staat op twee plekken: in de wet en in de cao Kappersbedrijf.

Hoeveel dat weegt, hangt af van hoe je salon is opgebouwd. Bij een kapsalon met drie medewerkers valt er een uit en draaien de andere twee door, al is het krap. Bij een eenmanszaak, denk aan een schoonheidsspecialiste die alleen in haar eigen studio werkt, ligt het anders: valt zij zelf ziek uit, dan is er geen medewerker aan wie artikel 7:629 BW een recht op loon geeft, want die regel gaat over de mensen die voor je werken en niet over jou als ondernemer. Deze gids gaat over de eerste situatie. Werk je alleen en wil je weten wat er gebeurt als jij zelf uitvalt, dan is een arbeidsongeschiktheidsverzekering het instrument om naar te kijken, niet loondoorbetaling.

Voor het rooster van die eerste week staat er een aparte gids klaar over personeelsplanning in een kapsalon. Deze gids gaat over de twee jaar erna.

Wat de wet je verplicht: 104 weken

De basis staat in artikel 7:629 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Je medewerker houdt gedurende een tijdvak van 104 weken recht op 70 procent van het naar tijdruimte vastgestelde loon. In de eerste 52 weken geldt daarbovenop een bodem: minimaal het voor die medewerker geldende wettelijk minimumloon. Dat bedrag is per 1 juli 2026 14,99 euro bruto per uur voor 21 jaar en ouder, tegen 14,71 euro per 1 januari 2026.

In het tweede jaar vervalt die bodem. Zakt 70 procent onder het minimumloon, dan hoef je als werkgever niet aan te vullen; je medewerker kan bij UWV een toeslag aanvragen. Dat is een van de weinige punten waarop het tweede ziektejaar goedkoper uitpakt dan het eerste.

Twee dingen die vaak verkeerd worden begrepen. Ten eerste mag je volgens artikel 7:629 lid 9 BW hooguit twee wachtdagen afspreken, en alleen als dat in het contract of de cao staat. Ten tweede loopt de loondoorbetaling niet door als een contract voor bepaalde tijd afloopt: het dienstverband eindigt gewoon op de einddatum en je medewerker gaat naar de Ziektewet, met alle gevolgen voor je premie.

Er wordt politiek gesproken over verkorting van de loondoorbetalingsplicht voor kleine werkgevers, en er is een motie aangenomen over collectieve financiering van het tweede jaar. Er ligt geen wetsvoorstel met een ingangsdatum. Reken dus met twee jaar.

Bron: artikel 7:629 BW op wetten.overheid.nl, de minimumloonbedragen 2026 op rijksoverheid.nl en de pagina Loon doorbetalen bij ziekte op ondernemersplein.overheid.nl. Gecheckt september 2026.

Wat de cao Kappersbedrijf daar bovenop legt

Dit is het punt waarop de meeste saloneigenaren zich vergissen, en in jaar een scheelt het tientallen procenten.

De cao voor het Kappersbedrijf loopt van 1 juli 2025 tot en met 31 december 2026 en is per 25 november 2025 algemeen verbindend verklaard (Staatscourant 2025, nr. 36597). Algemeen verbindend betekent: hij geldt voor elke kapsalon in de werkingssfeer, ook als je geen lid bent van een brancheorganisatie. Je komt er dus niet onderuit door nergens lid van te worden.

Artikel 8.2 sub a leest tegendraads, dus let op de volgorde. De eerste zin bepaalt dat je vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid ten minste 104 weken het inkomen volledig doorbetaalt. De zin daarna perkt dat in: wie na 1 juli 2024 arbeidsongeschikt wordt, krijgt 52 weken het volledige inkomen en daarna ten minste 52 weken 70 procent. Omdat 1 juli 2024 ruim voor de looptijd van deze cao ligt, is dat tweede regime in de praktijk de werkende regel en is de 104-wekenzin uitlopend overgangsrecht voor oude gevallen. Bijlage 8, het Ziektereglement, schrijft het in die praktische volgorde op: 52 weken volledig, en in het tweede ziektejaar 100 procent voor wie voor 1 juli 2024 uitviel en 70 procent voor wie daarna uitviel.

Tussen die twee teksten zit een verschil dat je moet kennen: het startpunt. Artikel 8.2 rekent vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid, bijlage 8 vanaf de dag waarop je medewerker je van de arbeidsongeschiktheid in kennis stelt, die dag meegerekend. Bij een late ziekmelding lopen die uiteen. Registreer de ziekmelding dus op de dag zelf.

OnderdeelWet (artikel 7:629 BW)Cao Kappersbedrijf (artikel 8.2)
Eerste 52 weken70 procent, minimaal het wettelijk minimumloon100 procent van het inkomen
Tweede 52 weken70 procent, geen minimumloonbodemTen minste 70 procent van het inkomen
Vanaf welke dagMaximaal 2 wachtdagen toegestaan (lid 9)Vanaf de eerste dag van arbeidsongeschiktheid
Ziek geworden voor 1 juli 2024Zelfde regel100 procent in beide ziektejaren
Geldt voorElke werkgeverElke kapsalon in de werkingssfeer, ook niet-leden

Bron: cao Kappers 1 juli 2025 tot en met 31 december 2026, artikel 8.2 en bijlage 8 Ziektereglement, plus het besluit tot algemeenverbindendverklaring in Staatscourant 2025, nr. 36597. Gecheckt september 2026.

Dit hele hoofdstuk gaat over een kapsalon binnen de werkingssfeer van de cao Kappersbedrijf. Run je een schoonheidssalon, een nagelstudio of een massagepraktijk, dan geldt deze cao niet voor jou, ook niet naar analogie. Check of er voor je eigen branche een cao loopt die algemeen verbindend is verklaard, en is dat niet zo, dan blijft artikel 7:629 BW uit het vorige hoofdstuk je volledige verplichting: 70 procent met een minimumloonbodem in het eerste jaar, zonder de aanvulling naar 100 procent die de kappers-cao geeft.

In artikel 8.3 zit nog een detail dat je moet kennen voordat je een vakantieaanvraag beoordeelt, en het wordt vaak verkeerd gelezen. Een medewerker die zich in een heel kalenderjaar niet ziek meldt, krijgt 1 extra vakantiedag, en meer dan die ene kan het niet worden. Meldt hij zich een keer ziek, dan vervalt er een vakantiedag, bij een tweede ziekmelding nog een, en daar stopt het: het maximum van 2 slaat op de dagen die vervallen, per kalenderjaar. Een derde ziekmelding kost dus geen dag meer. De regeling geldt naar evenredigheid bij parttimers en bij een dienstverband dat niet het hele jaar loopt, en zij raakt alleen bovenwettelijke vakantiedagen: de wettelijke dagen lopen tijdens ziekte volledig door (artikel 7.7 sub c).

De Poortwachter-kalender, en waar het misgaat

De loondoorbetaling is het bedrag. De Wet verbetering poortwachter is het risico. Doe je te weinig aan re-integratie, of doe je het te laat, dan kan UWV je een loonsanctie opleggen: maximaal 52 weken extra loondoorbetaling. Dat is een derde ziektejaar op eigen kosten, en het overkomt salons niet omdat ze onwillig zijn maar omdat een formulier in week 8 niet is gemaakt.

MomentWat er moet gebeurenWie
Dag 1Ziekmelding registreren in je verzuimadministratieJij
Meestal binnen 1 weekZiekmelding doorgeven aan bedrijfsarts of arbodienst. De wet zegt alleen tijdig; de termijn staat in je arbocontract of je polisJij
Week 6Probleemanalyse: gesprek over wat er nog wel kanBedrijfsarts
Week 8Plan van aanpak opstellen en ondertekenenJij en je medewerker
Elke 6 wekenVoortgangsgesprek, plan van aanpak bijstellen en vastleggenJij en je medewerker
Week 4242e-weekmelding bij UWV, uiterlijk de eerste werkdag daarnaJij
Week 52Eerstejaarsevaluatie: staat de re-integratie nog op koersJij en je medewerker
Rond week 91Eindevaluatie en actueel oordeel van de bedrijfsarts, uiterlijk vlak voor de WIA-aanvraagJij en je medewerker
Week 93WIA-aanvraag met het volledige re-integratieverslagJe medewerker
Week 104Einde loondoorbetalingsplicht, tenzij er een loonsanctie looptJij

Twee regels in deze tabel zijn geen wettelijke deadline en dat is het waard om te weten. De melding bij je arbodienst binnen een week is marktstandaard uit arbocontracten en polissen; artikel 2 van de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar vraagt alleen dat je tijdig meldt en dat er binnen zes weken een oordeel van de bedrijfsarts ligt bij dreigend langdurig verzuim. En week 91 is een afgeleide werkdatum: de Werkwijzer Poortwachter koppelt de eindevaluatie en het actueel oordeel aan het moment van de WIA-aanvraag in week 93, niet aan een eigen weeknummer. De overige weeknummers staan wel zo in de Werkwijzer en de Regeling.

Bron: Werkwijzer Poortwachter op uwv.nl, de Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar op wetten.overheid.nl en de pagina Een zieke werknemer begeleiden op ondernemersplein.overheid.nl. Gecheckt september 2026.

Waar het bij kleine werkgevers misgaat is bijna altijd hetzelfde: het plan van aanpak wordt mondeling afgesproken en niet vastgelegd, of het wordt in week 8 gemaakt en daarna nooit meer bijgesteld. UWV toetst in week 93 het hele dossier. Wat er niet in staat, is niet gebeurd. Leg elk gesprek dezelfde dag vast, ook als er niets is veranderd, want juist die lege regels laten zien dat je het proces hebt gevolgd.

Een loonsanctie kun je overigens laten bekorten. Herstel je de tekortkoming en dien je een bekortingsverzoek in, dan valt de extra periode korter uit dan 52 weken.

Wat verzuim een salon met personeel echt kost

Voor de kappersbranche bestaat er een officiele doorrekening. Sira Consulting maakte in opdracht van Rijksoverheid, samen met ANKO, het rapport MKB-indicatorbedrijf: De kapsalon. Daarin staat een fictieve maar realistische salon: zeven medewerkers plus een BBL-leerling, samen 4,9 fte, een omzet van 360.032 euro en een winst van 56.328 euro.

In dat bedrijf staat loondoorbetaling bij langdurig verzuim, afgedekt door een verzuimverzekering, met 5.919 euro per jaar bovenaan de lijst van structurele verplichtingen. De andere verzuimposten uit hetzelfde rapport: kort verzuim 4.128 euro incidenteel, re-integratie van een zieke werknemer 1.787 euro incidenteel, aansluiting bij een arbodienst of bedrijfsarts 1.428 euro structureel en het bijhouden van het ziekteverzuim 924 euro structureel. De totale regeldruk in dat bedrijf komt uit op 38.784 euro per jaar.

Het rapport merkt er zelf bij op dat de kosten voor kort verzuim hoger liggen dan wettelijk vereist, juist vanwege de cao-eis dat het loon in het eerste jaar volledig wordt doorbetaald.

Reken het voor je eigen salon door met je eigen uurloon. Een voorbeeld met de tussenstappen erbij.

Stel dat een medewerker 32 uur per week werkt tegen 16 euro bruto per uur. Per week is dat 16 keer 32 is 512 euro. Per jaar 512 keer 52 is 26.624 euro. Per maand 26.624 gedeeld door 12 is ongeveer 2.219 euro bruto.

Jaar een, volledig doorbetalen volgens de cao: 26.624 euro loon plus 8 procent vakantiebijslag, dus 2.130 euro. Samen ongeveer 28.750 euro.

Jaar twee op 70 procent: 0,70 keer 26.624 is 18.637 euro, plus 8 procent vakantiebijslag daarover, dus 1.491 euro. Samen ongeveer 20.130 euro.

De 8 procent vakantiebijslag in dit voorbeeld is geen aanname: artikel 5.1 van de cao voor het Kappersbedrijf zet het vakantiegeld op 8 procent van het jaarinkomen inclusief toeslagen, en artikel 5.1 sub c bepaalt dat je dat gedurende de eerste 104 weken arbeidsongeschiktheid onverkort doorbetaalt. Het loopt bij ziekte dus gewoon door.

Twee ziektejaren komen in dit voorbeeld dus uit op ruwweg 48.900 euro aan loon voor iemand die niet werkt. Vervang je die uren ook nog, dan betaal je dat bedrag twee keer. Dat is precies de reden dat een salon met twee tot vier medewerkers hier een verzekering voor koopt.

De verzuimverzekering en wat die niet doet

Een verzuimverzekering vergoedt het loon dat je doorbetaalt aan een zieke medewerker. Er zit alleen altijd een eigenrisicoperiode voor, uitgedrukt in werkdagen per ziektegeval. Bij een MKB verzuim-ontzorgverzekering kies je die zelf. Het productconvenant legt geen reeks vast, dus het aanbod verschilt per verzekeraar: 10 werkdagen is de gebruikelijke ondergrens, en van daaruit loopt het via 20, 30, 65, 90 en 130 op tot 260 werkdagen. Over die dagen krijg je niets. Daarna loopt de vergoeding door tot maximaal 104 weken.

Let op wat per ziektegeval betekent. Meldt dezelfde medewerker zich binnen 28 dagen opnieuw ziek, dan begint je eigen risico niet opnieuw en telt het door op hetzelfde geval. Meldt hij zich na 28 dagen opnieuw, dan begint het eigen risico wel opnieuw, en start ook de teller van 104 weken opnieuw.

Reken dat eigen risico uit voordat je een polis kiest. In het voorbeeld hierboven kost een eigen risico van 20 werkdagen, dus vier weken, je 4 keer 512 is 2.048 euro aan loon plus 8 procent vakantiebijslag, samen ongeveer 2.212 euro per ziektegeval. Bij 130 wachtdagen praat je over een half jaar loon dat je zelf draagt, in ruil voor een lagere premie.

De MKB verzuim-ontzorgverzekering is met dat doel opgezet door de overheid samen met verzekeraars en werkgeversorganisaties, en levert naast de vergoeding een casemanager of verzuimcoach die het Poortwachter-traject bewaakt. Voorwaarde uit het convenant is dat de arbodienstverlening bij een gecertificeerde arbodienstverlener of bedrijfsarts is ondergebracht. De polis eist daarnaast dat je al je medewerkers verzekert en nieuwe medewerkers op tijd aanmeldt: wie je niet of te laat aanmeldt, is niet verzekerd. Meldtermijnen verschillen per verzekeraar, van risicowijzigingen binnen 30 dagen tot een ziekmelding binnen twee werkdagen via het verzuimportaal. Lees ze na in je eigen voorwaarden en niet in een samenvatting.

Een verzuimverzekering is niet hetzelfde als een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor jezelf, en ook niet hetzelfde als je aansprakelijkheidsdekking. Welke polissen er verder in een salon liggen en wat ze wel en niet doen, staat uitgewerkt in de gids over verzekeringen voor een startende salon.

Wat een verzuimverzekering nooit dekt: het werk dat blijft liggen, de klanten die naar de salon om de hoek gaan, en de loonsanctie die je krijgt omdat het dossier niet op orde was. Voor dat laatste is de kalender hierboven je enige verzekering.

Wat er na 104 weken gebeurt

Is je medewerker na twee jaar nog arbeidsongeschikt en is er binnen jouw salon geen passend werk, dan kun je toestemming vragen aan UWV om het dienstverband te beeindigen. Je bent dan een transitievergoeding verschuldigd: volgens artikel 7:673 lid 2 BW een derde maandsalaris voor elk jaar dat het contract heeft geduurd, en een evenredig deel voor een kortere periode.

Voor die vergoeding bestaat op dit moment een compensatieregeling bij UWV, en dit is het punt van deze gids waar je het hardst moet opletten, want die regeling verdwijnt.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel wilde de compensatie beperken tot kleine werkgevers met gemiddeld hooguit 25 werknemers. Bij nota van wijziging van 2 juni 2026 (Kamerstuk 36869, nr. 9) is dat omgezet in iets veel verdergaands: artikel 7:673e BW vervalt. De compensatie verdwijnt dus voor alle werkgevers, groot en klein, en in dezelfde nota sneuvelt ook de compensatie bij bedrijfsbeeindiging wegens pensionering of overlijden. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2027, een jaar eerder dan het coalitieakkoord aangaf.

Het is een wetsvoorstel en nog geen wet. In september 2026 ligt het nog bij de Tweede Kamer, de plenaire behandeling is aangehouden en staat op de agenda voor oktober 2026. UWV meldt dat er tot die tijd niets verandert en dat je de compensatie gewoon kunt aanvragen.

Er komt overgangsrecht, en het aanknopingspunt daarvan is niet je eerste ziektedag. Het voorgestelde artikel 213 Overgangswet nieuw BW houdt het oude recht in stand als de dag na afloop van de tweejaarstermijn van het opzegverbod bij ziekte voor de inwerkingtreding ligt. Valt het einde van die twee jaar op of na de ingangsdatum, dan is er geen compensatie meer. Iemand die begin 2025 in je salon is uitgevallen, zit daarmee precies op de grens.

Praktisch: vraag de compensatie aan zodra je er recht op hebt en stel het niet uit. Begint er nu een ziektegeval, reken dan in je begroting op een transitievergoeding die je volledig zelf draagt. Bron: Kamerstuk 36869 nr. 9 en uwv.nl, gecheckt september 2026.

Houd het dienstverband niet slapend zonder er iets mee te doen. Vraagt je medewerker om beeindiging met transitievergoeding, dan ben je daar in beginsel toe gehouden, juist omdat die compensatieregeling bestaat.

Wat je deze maand regelt

Dit hoofdstuk is het goedkoopste deel van deze gids, want alles hieronder kost je een middag en houdt het duurste scenario weg.

Deze week: leg vast met welke arbodienst of bedrijfsarts je een contract hebt, en waar je de ziekmelding binnen een week naartoe stuurt. Heb je dat niet geregeld, dan begin je week 6 al met achterstand. Kijk meteen of je RI&E en je overige arboverplichtingen op orde zijn, want bij een verzuimdossier vraagt de Arbeidsinspectie die vaak in dezelfde beweging op.

Volgende week: haal je verzuimpolis op en zoek het aantal wachtdagen op. Reken uit wat dat eigen risico je in euro kost bij het uurloon van je duurste medewerker. Dat getal bepaalt of je polis past bij je zaak.

Deze maand: maak een leeg plan van aanpak en een gespreksformulier klaar, zodat je in week 8 niets meer hoeft te bedenken. Zet de vaste momenten uit de kalender hierboven als herinnering in je agenda op de dag dat iemand zich ziek meldt, niet later.

En doorlopend: houd je bezetting zichtbaar. Als iemand langdurig uitvalt, wil je binnen een uur kunnen zien welke uren wegvallen, welke klanten daaraan hangen en wie ze kan overnemen. Dat is een agendavraag en geen verzuimvraag, maar hij komt op dezelfde dag. Hetzelfde geldt als iemand niet ziek wordt maar vertrekt en klanten meeneemt.

Daar hoef je geen abonnement voor te nemen dat niet bij je volume past. CelerBook rekent per afspraak af: de eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een maximum van 30 euro per maand voor een solo-zaak en 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract, en geen gebruik betekent geen kosten. Je ziet de agenda per medewerker, je stelt per medewerker eigen prijzen en behandelduren in, en op de klantenpagina staat per klant de historie met wie haar de vorige keren heeft geholpen. Valt iemand uit, dan weet je binnen een paar minuten welke afspraken je moet verzetten en naar wie. Probeer CelerBook gratis.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet ik het loon van een zieke medewerker doorbetalen?
Maximaal 104 weken, dus twee jaar. Artikel 7:629 lid 1 BW geeft je medewerker gedurende dat tijdvak recht op 70 procent van het loon, en in de eerste 52 weken ten minste op het wettelijk minimumloon. Dat is per 1 juli 2026 14,99 euro bruto per uur voor 21 jaar en ouder. In het tweede jaar hoef je niet aan te vullen tot het minimumloon; je medewerker kan daarvoor bij UWV een toeslag aanvragen. Een cao mag hier bovenop gaan, en in het kappersbedrijf gebeurt dat.
Betaal ik volgens de cao Kappersbedrijf 70 of 100 procent?
Allebei, maar in verschillende jaren. Voor iedereen die na 1 juli 2024 arbeidsongeschikt wordt, betaal je 52 weken het inkomen volledig door en daarna ten minste 52 weken 70 procent. Wie al voor 1 juli 2024 uitviel, houdt 100 procent in beide ziektejaren. Let op de redactie van artikel 8.2 sub a van de cao Kappers 1 juli 2025 tot en met 31 december 2026: die noemt eerst ten minste 104 weken volledige doorbetaling en perkt dat pas in de volgende zin in. Bijlage 8, het Ziektereglement, schrijft dezelfde regel in de praktische volgorde op. De cao is per 25 november 2025 algemeen verbindend verklaard, dus dit geldt ook als je geen lid bent van een brancheorganisatie.
Wat gebeurt er als ik een Poortwachter-termijn mis?
Dan kan UWV je een loonsanctie opleggen van maximaal 52 weken extra loondoorbetaling. Dat gebeurt bij de toets van het re-integratieverslag, dat uiterlijk in week 93 samen met de WIA-aanvraag wordt ingediend. Je kunt de sanctie tussentijds laten bekorten door de tekortkoming te herstellen en een bekortingsverzoek in te dienen. Een plan van aanpak dat in week 8 niet is vastgelegd, kan je dus een jaar extra loon kosten.
Wat kost een langdurig zieke medewerker een kapsalon per jaar?
In het rapport MKB-indicatorbedrijf: De kapsalon van Sira Consulting voor Rijksoverheid staat loondoorbetaling bij langdurig verzuim, afgedekt door een verzekering, op 5.919 euro per jaar en daarmee bovenaan de lijst van structurele lasten. Kort verzuim komt daar met 4.128 euro incidenteel bij, re-integratie van een zieke werknemer met 1.787 euro en aansluiting bij een arbodienst met 1.428 euro. Dat is doorgerekend voor een salon met zeven medewerkers en een leerling.
Dekt een verzuimverzekering de hele loondoorbetaling?
Nee, er zit altijd een eigenrisicoperiode voor, uitgedrukt in werkdagen per ziektegeval. Bij een MKB verzuim-ontzorgverzekering kies je die zelf. Het productconvenant legt geen vaste reeks vast, dus het aanbod verschilt per verzekeraar: 10 werkdagen is de gebruikelijke ondergrens en het loopt via 20, 30, 65, 90 en 130 op tot 260 werkdagen. Over die dagen krijg je niets vergoed. Daarna loopt de vergoeding door tot maximaal 104 weken. Meldt dezelfde medewerker zich binnen 28 dagen opnieuw ziek, dan begint je eigen risico niet opnieuw. Voorwaarden zijn dat je arbodienstverlening bij een gecertificeerde arbodienst of bedrijfsarts is ondergebracht en dat je al je medewerkers verzekert en op tijd aanmeldt.

Klaar om met CelerBook te starten?

Gratis proberen, geen creditcard nodig. In 5 minuten live.

Probeer CelerBook gratis