De route zonder sprong
Er zijn twee manieren om een salon te beginnen. De eerste is opzeggen, een pand tekenen en hopen dat de agenda vol raakt voordat je spaargeld op is. De tweede is je baan houden, drie avonden en een zaterdag gaan draaien, en pas opzeggen als de cijfers je gelijk geven.
De tweede route is saaier en veel verstandiger. Je salaris blijft binnenkomen, je ziekengeld en pensioenopbouw lopen door, en je test in het echt of mensen bij jou willen boeken en terugkomen. Dat laatste is de enige vraag die er in jaar een toe doet, en een ondernemingsplan geeft er geen antwoord op.
Wat die tweede route in de praktijk vraagt, verschilt sterk per vak, en een nagelstudio of een massagepraktijk zit daar heel anders in dan een kapsalon. Een nagelstyliste of masseur kan in een kamer thuis of bij de klant beginnen met een behandeltafel en een set gereedschap. Een kapper heeft een wasunit en een stoel nodig, en een wasunit thuis aansluiten in de avonduren naast een baan is geen project dat je er even bij doet. Daarom huren de meeste kappers die parttime beginnen een stoel in een bestaande salon in plaats van zelf te bouwen.
Er hangt wel een prijskaartje aan, en dat is niet financieel. Je draait twee dingen tegelijk in een vak waarin je op je benen staat, en je doet dat binnen een arbeidscontract dat er iets van vindt. Dit artikel gaat over die twee dingen: wat er mag, en wat er past.
Gaat het je niet om de tussenstap maar om netjes vertrekken, dan is dat een ander verhaal. Lees daarvoor het aparte artikel over de overstap van loondienst naar een eigen salon.
Mag je werkgever dit verbieden?
Verbieden mag hij, maar niet zomaar meer. Sinds 1 augustus 2022 mag een werkgever nevenwerkzaamheden alleen verbieden als hij daar een objectieve rechtvaardigingsgrond voor heeft. Een kale zin in je contract die zegt dat nevenwerkzaamheden niet zijn toegestaan, is op zichzelf niet langer voldoende.
Wat wel als grond kan gelden: gezondheid en veiligheid, de Arbeidstijdenwet, het beschermen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie, en belangenverstrengeling. Die laatste twee zijn precies waar jouw plan tegenaan loopt. Je gaat namelijk hetzelfde werk doen in dezelfde stad, en dat is geen vergezochte belangenverstrengeling maar concurrentie.
Bron: kvk.nl, pagina over het verbod op nevenwerkzaamheden, gecheckt september 2026.
De praktische conclusie is dus minder rooskleurig dan de wetswijziging doet vermoeden. De wet heeft standaardverboden onbruikbaar gemaakt, maar een werkgever die uitlegt dat jij zijn klanten bedient in zijn verzorgingsgebied heeft een verhaal dat serieus wordt genomen. De grond hoeft trouwens niet vooraf in je contract te staan; je werkgever mag hem ook geven op het moment dat hij zich op het beding beroept.
Wat je in je contract naslaat
Twee bepalingen, en ze zijn niet inwisselbaar.
Het nevenwerkzaamhedenbeding gaat over werken naast je baan in het algemeen. Daarvoor geldt de regel hierboven.
Het concurrentiebeding gaat over concurreren, en dat is een zwaardere afspraak. Artikel 7:653 BW eist dat het schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer op een contract voor onbepaalde tijd; bij een tijdelijk contract alleen met een schriftelijke motivering van zwaarwegende bedrijfsbelangen die op jouw functie is toegespitst. Ontbreekt dat, dan is het beding waarschijnlijk niet geldig. De volledige voorwaarden en wat een rechter ermee kan doen, staan uitgewerkt in het artikel over de overstap vanuit loondienst; lees dat erbij als er een beding in je contract staat.
Het verschil dat je hier moet zien: een concurrentiebeding is meestal geschreven voor de situatie na je dienstverband, maar de tekst sluit vrijwel nooit uit dat het ook tijdens je dienstverband geldt. Begin je parttime terwijl je nog in dienst bent, dan overtreed je het beding op de dag dat je je eerste klant knipt. Dat is een risico van een andere orde dan een discussie over nevenwerkzaamheden.
Er is een variant die dit probleem soms wegneemt: beginnen in een andere plaats dan waar je nu werkt, buiten de straal die in het beding staat. Reistijd in ruil voor rust.
Hoeveel klanten passen er in drie avonden en een zaterdag
Hier gaat het bij de meeste mensen mis, want ze rekenen met omzet per klant en niet met stoeltijd.
Neem een knipbehandeling van 45 minuten. Daar komt bij: de vorige klant afrekenen, je materiaal schoonmaken, de volgende binnenlaten. Reken op een uur per klant, deur tot deur.
Drie avonden van 18:00 tot 21:00 is 9 uur. Een zaterdag van 09:00 tot 17:00 met een half uur pauze is 7,5 uur. Samen 16,5 uur stoeltijd per week, dus 16 klanten per week bij een volle agenda.
Volle agenda's bestaan niet in jaar een. Reken met een bezetting van 60 procent en je zit op 10 klanten per week. Trek vakantie en feestdagen eraf en houd 46 werkbare weken over: 460 klanten in een jaar. Bij een tarief van 45 euro is dat 20.700 euro omzet.
Dat getal is om twee redenen interessant. Ten eerste is het echt geld naast een salaris. Ten tweede zit het net boven de omzetgrens van de kleineondernemersregeling van 20.000 euro, en dat betekent dat je halverwege het jaar een btw-beslissing hebt die je beter vooraf neemt dan achteraf. Daar bestaat een apart artikel over de KOR voor startende salons.
Vul de getallen in met je eigen behandeltijd en je eigen tarief. Een kleurbehandeling van twee uur verandert de hele som, en niet altijd in je nadeel.
Het urencriterium: 1.225 uur, en de misvatting eromheen
Voor de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek moet je aan het urencriterium voldoen: minimaal 1.225 uur per kalenderjaar aan je onderneming besteden. Het is alles of niets, en het is geen halve aftrek bij 1.200 uur. De startersaftrek mag je in maximaal 3 van de eerste 5 jaar toepassen, al is die vanaf 2027 nog maar 10 euro waard: het wetsvoorstel Belastingplan 2027 van 15 september 2026 verlaagt hem van 2.123 naar 10 euro en zet de zelfstandigenaftrek op 900 euro. Bron: belastingdienst.nl en kvk.nl, gecheckt september 2026.
Voor wie in 2027 begint is die post praktisch weg. Het wetsvoorstel Belastingplan 2027 verlaagt de startersaftrek per 1 januari 2027 van 2.123 naar 10 euro en schrapt hem per 1 januari 2028, en de zelfstandigenaftrek gaat dan naar 900 euro. De Tweede en Eerste Kamer moeten het voorstel nog aannemen. Bron: wetsvoorstel Belastingplan 2027 op rijksoverheid.nl, 15 september 2026.
Er is een tweede voorwaarde die veel wordt geciteerd en zelden goed: je moet meer tijd aan je onderneming besteden dan aan ander werk, bijvoorbeeld in loondienst. Als dat altijd gold, was dit artikel hier klaar, want niemand met een baan van 32 uur haalt dat. Maar de Belastingdienst schrijft er expliciet bij: was je in een van de 5 voorafgaande jaren geen ondernemer, dan hoef je alleen aan de eerste voorwaarde te voldoen. Als starter telt dus alleen de 1.225 uur.
Haal je die? Reken mee. De 16,5 uur stoeltijd van hierboven plus zo'n 5 uur per week aan administratie, inkoop, foto's en klantcontact is 21,5 uur. Maal 46 weken is 989 uur. Je komt ruim 200 uur tekort.
Om 1.225 uur te halen heb je bijna 27 uur per week nodig, 46 weken lang, bovenop een baan. Dat is een vierde avond en een deel van je zondag. Het kan, maar noem het dan zoals het is.
Meetellen doen trouwens alle uren voor je onderneming, niet alleen de uren dat er een klant in de stoel zit: je administratie, je prijslijst, je inkoop. Beschikbaar zijn zonder te werken telt niet. Houd dat vanaf dag een bij, want achteraf reconstrueren overtuigt niemand.
Ga er voor jaar een van uit dat de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek niet voor je gelden. De bedragen die daarbij horen wisselen per jaar; zoek ze op belastingdienst.nl op in plaats van in een blog, ook in dit blog.
Wat je aan belasting betaalt over wat je bijverdient als kapper
Vier dingen die je vooraf moet weten.
Ondernemer of niet. De Belastingdienst bepaalt of je winst uit onderneming geniet of resultaat uit overige werkzaamheden. Val je in de tweede categorie, dan betaal je gewoon belasting over je resultaat maar heb je geen recht op de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling. Een paar losse knipbeurten per maand is geen onderneming; een salon met vaste klanten, eigen inkoop en eigen risico wel.
Je winst komt bovenop je loon. Dit is de grootste verrassing bij de eerste aanslag. Je werkgever past de loonheffingskorting al toe, dus over je winst krijg je die niet nog een keer, en die winst wordt belast tegen het tarief dat bovenop je salaris komt. Vraag een voorlopige aanslag aan zodra je een reeel beeld van je winst hebt, dan betaal je gespreid in plaats van in een keer.
De mkb-winstvrijstelling. In 2026 is die 12,7 procent van de winst nadat je die hebt verminderd met de ondernemersaftrek, en in het wetsvoorstel Belastingplan 2027 blijft dat percentage gelijk. Er geldt geen urencriterium voor, dus deze houd je ook als parttimer. De aftrek wordt in 2026 verrekend tegen een tarief van 37,56 procent. Bron: belastingdienst.nl, gecheckt september 2026.
De bijdrage Zvw. Over je winst betaal je in 2026 een inkomensafhankelijke bijdrage van 4,85 procent, via een aparte aanslag. Het maximale bijdrage-inkomen is 79.409 euro, en je loon telt daarin mee. Bron: belastingdienst.nl, gecheckt september 2026.
Nog een punt dat pas telt als het misgaat: verlies je later je baan, dan kijkt UWV naar het gemiddelde aantal uren per week dat je in de 26 weken voor je werkloosheid als zelfstandige werkte. Die uren zijn vrijgesteld en worden niet met je WW verrekend. Ga je daarna meer ondernemen, dan worden die extra uren wel verrekend. Bron: uwv.nl, gecheckt september 2026.
Het kantelpunt: wanneer je moet kiezen
Parttime is een tussenfase, geen eindstation. Er zijn drie signalen dat de fase voorbij is.
Je zegt nee tegen klanten. Niet een keer, maar structureel. Zodra je meer dan een handvol aanvragen per maand afwijst omdat je avonden vol zitten, kost je baan je omzet in plaats van dat hij je omzet subsidieert.
Je klanten kunnen niet meer wanneer jij kunt. Drie avonden en een zaterdag sluiten iedereen uit die alleen doordeweeks overdag kan. Dat is een groot deel van de markt, en die klanten komen niet terug om te vragen of je inmiddels ruimer open bent.
De rekensom klopt. Zet je maandwinst na belasting naast je nettoloon. Kom je op de helft, dan is doorgaan een gok. Kom je op driekwart en zit je agenda vol, dan is doorgaan met twee banen de duurdere keuze geworden.
Kies je uiteindelijk voor de sprong, doe dat dan op de kalender en niet op gevoel. Reken terug vanaf je gewenste eerste volledige maand: opzegtermijn erbij, opzeggen tegen het einde van de maand erbij, en dan weet je op welke dag je die brief indient.
Wat je nu al kunt klaarzetten
Het praktische probleem van parttime beginnen is niet de belasting maar je bereikbaarheid. Je kunt niet opnemen als je in de stoel van je werkgever staat, en een klant die je op dinsdagmiddag appt en pas woensdagavond antwoord krijgt, boekt intussen ergens anders.
Zorg dus dat boeken buiten jou om kan. Je hebt een adres nodig dat je kunt delen, waar je beschikbare avonden en zaterdagen staan, en waar iemand om half elf 's avonds een afspraak kan vastleggen zonder jou wakker te maken.
CelerBook geeft je dat adres. Je krijgt een eigen boekingspagina op een eigen subdomein met je behandelingen, je prijzen en alleen de uren die je echt vrij hebt. Bevestigingsmails gaan automatisch de deur uit, een sms-herinnering vooraf kost 0,11 euro ex btw per afspraak, en elke afspraak schrijft zichzelf door naar je Google Calendar, zodat je hem naast je loondienstrooster ziet staan. De koppeling loopt één kant op: wat jij in Google zet, blokkeert je boekingspagina niet, dus je vrije avonden zet je vast in je werktijden. Op je telefoon zie je in de app tussen twee klanten door wat er is binnengekomen. De prijs past bij een agenda die nog niet vol is: de eerste 5 afspraken per maand zijn gratis, daarna 0,25 euro ex btw per voltooide afspraak, met een maximum van 30 euro per maand voor een solo-zaak en 5 euro per extra actieve medewerker. Geen contract, en geen gebruik betekent geen kosten. Probeer CelerBook gratis.
